Longen: COPD

Onderstaande uitwerking is een aanvulling op de fysiotherapeutische behandeling: de fysiotherapeut geeft aan welke informatie, adviezen en oefeningen voor u van belang zijn.

.
Wat is ‘COPD’
  • Anatomie
  • COPD is een niet voorbijgaande longziekte
  • COPD is een verzamelnaam voor chronische bronchitis (chronisch ontstoken luchtwegen met slijm opgeven) en longemfyseem (beschadiging van de longblaasjes). Chronische bronchitis kan in de loop van de tijd overgaan in longemfyseem.
  • Zie google afbeeldingen: COPD. Neem met de fysiotherapeut door welke afbeeldingen voor u relevant zijn.
  • Zie video van het ‘longfonds’: 'wat gebeurt er in de longen bij COPD' 
  • Aan de hand van de uitkomsten van een longfunctie-onderzoek, spirometrie (zie video gezondheidsplein: COPD Spirometrie - Wat kun je verwachten?),  kan bepaald worden om welk stadium van COPD het gaat. Met dit onderzoek wordt gemeten hoeveel lucht je uitademt en wat dus de inhoud van je longen is. Het resultaat van de test wordt vergeleken met wat de normale capaciteit van je longen zou moeten zijn. Aan de uitkomsten wordt vervolgens een FEV (Forced Expiratory Volume) waarde gekoppeld. Hoe lager het percentage van de FEV, hoe ernstiger de COPD (= GOLD indeling). Zie ook aanvullende informatie 2.9.1 en 2.13.16
    • De GOLD indeling ziet er als volgt uit
      • GOLD 1: licht COPD, >80% FEV
      • GOLD 2: matig COPD, 50-80% FEV
      • GOLD 3: ernstig COPD, 30-50% FEV
      • GOLD 4: zeer ernstig COPD, <30% FEV met chronisch ademhalingsfalen 
  • Bij mensen met COPD is vaak sprake van nog andere chronische aandoeningen en van psychische klachten. Hierdoor bepaald niet alleen de 'Gold indeling' de ziekte last, maar het totaal aan klachten. Zie aanvullende informatie 2.11
  • Neem met de fysiotherapeut door welke informatie voor u zinvol is
Hoe kan een ‘COPD’ ontstaan
  • Geboorte: vroeggeboorte, laag geboorte gewicht
  • Aangeboren enzymtekort
  • Roken/ meeroken (meestal)
  • Blootstelling bij werk (bijvoorbeeld een bakker) of hobby (bijvoorbeeld een duivenmelker) aan risicostof
  • Neem de oorzaak van uw klachten met de fysiotherapeut door
Welke verschijnselen kunnen optreden bij ‘COPD’
  • Vaak hoesten
  • Slijm opgeven
  • Kortademigheid bij inspanning: traplopen/ wandelen etc.
  • Piepende ademhaling
  • Gevoelig voor luchtweginfecties
  • Gevoelig voor specifieke prikkels: rook/ kou/ mist etc.
  • Na verloop van tijd: Vermoeidheid, slechte conditie, spierzwakte, gewichtsverlies, hartklachten, stemmingswisselingen / depressie (daardoor kans op hyperventilatie), longaanval of exacerbatie (zie video op website 'longfonds': longaanval, periode met toename van de klachten, vaak door luchtweginfectie). 
  • Neem de verschijnselen die bij u aanwezig zijn met de fysiotherapeut door

Wat zijn mogelijke behandelaars bij ‘COPD’

  • De fysiotherapeut (eventueel met specialisatie COPD)
    • Maak samen met de patient een behandelplan afgestemd op de fase van de COPD (zie boven bij 'Gold indeling'), de aanwezige klachten en de individuele behoefte.
    • Samen met de fysiotherapeut draagvlak creëren om activiteiten te ondernemen ondanks de ademhalingsklachten. Eventuele begeleiding door fysiotherapeut (voor patiënten die het niet lukt zelfstandig een actieve leefstijl te ontwikkelen en/of te onderhouden) afstemmen op wensen patient (zie ook 'de fysiotherapeut: COPD")
      • Wil patient na de begeleiding naar een fitnessclub: berweegprogramma laten plaatsvinden in fitnessruimte fysiotherapiepraktijk, zodat hij/zij bekend raakt met fitnessapparaten. Zie video website 'praktijk 27': fysio en COPD
      • Wil patient oefeningen en activiteiten zelf thuis oppakken: oefeningen en activiteiten doornemen die patient zelf kan doen (algemene oefeningen en oefeningen met elastische band/ gewichtjes)
      • Wil patient in groep of individueel begeleid worden, zie onder bij oefeningen
    • Bewegen met een COPD fysiotherapeut 
    • Behandeling / coachen op afstand: e-health. Zie ook aanvullende informatie 2.13.2 en 2.16
  • Huisarts.
    • Zie website 'thuisarts.nl': 'COPD' en zie ook website van het longfonds: 'ik en mijn arts'
    • Zie video op de website 'de thuisrtarts.nl' over COPD, zie onder afbeelding van filmpje
    • SAM 3854

    • Medicatie. Zie filmpjes van het ‘longfonds’: 'wat doen longmedicijnen'. Goede uitleg tav medicatie is erg belangrijk ivm 'therapietrouw'. Zie aanvullende informatie 2.26
    • Doorverwijzen: zie verder
  • Praktijkondersteuner huisarts:
    • Test of er sprake is van COPD
    • Verloop van de COPD volgen (bijhouden longwaarden, signaleren van en begeleiden bij longaanval) en instructies geven rond gebruik medicatie. Zie aanvullende informatie 2.13.12 tav saturatiemeting.
    • Behandeling / coachen op afstand: e-health. Zie ook aanvullende informatie 2.13.2 en 2.16
  • Longarts (zie video Diaconessenhuis: Specialisten longziekten Diakonessenhuis over COPD)
    • Longonderzoek: longfunctieonderzoek (spirometrie) en CTscan
      • Soms is naast een longfunctieonderzoek ook een CT-scan van de longen nodig om definitief de diagnose COPD te stellen. Bij een CT-scan wordt aan de hand van röntgenstraling gekeken of er sprake is van afwijkingen aan de longen en het longweefsel . Sowieso is het voor artsen lastig om COPD vast te stellen op basis van de symptomen. Dit komt doordat de COPD-klachten veel op symptomen van andere aandoeningen lijken. Dit kan nadelig zijn voor de behandeling. Omdat COPD een chronische aandoening is, is het belangrijk om de behandeling hierop af te stemmen.
    • Medicatie: Verlichten symptomen maar veranderen niets aan ziekteverloop! Zie ook boven bij huisarts
    • Volgen en begeleiden van mensen met ernstig en zeer ernstig COPD (Gold 3 en 4). 
  • Longverpleegkundige: adviezen rond COPD / volgen en begeleiden bij longaanval. Zie ook 'E-health in de praktijk', video: “Als je een long aanval krijgt, heb je geen kracht meer, heb je niks meer. Naar het ziekenhuis gaan is fysiek zó zwaar! Het beeldbellen scheelt mij wel twee of drie keer een reis naar het ziekenhuis toe.” Hennie Sollie, COPD patiënt.
  • Longrevalidatie: Als de klachten het dagelijkse leven gaan bepalen is begeleiding in een revalidatiecentrum belangrijk. Bij longrevalidatie kunnen verschillende behandelaars betrokken zijn, zoals een longarts, een fysiotherapeut, een psycholoog en een activiteitenbegeleider. Zie ook website longfonds: longrevalidatie
  • Arboarts: als COPD gevolgen heeft voor het werk of als de klachten met het werk samenhangen. 
  • Diëtiste: voedingsadviezen om gewicht op peil te houden. Zie aanvullende informatie 2.13.14
  • Ergotherapeut: advies over inrichting woning/ uitvoeren dagelijkse activiteiten
  • Thuiszorg: om thuis ondersteuning te bieden bij wassen/ aankleden
  • Ketenzorg: Iemand die COPD heeft kan in zijn/ haar leven te maken krijgen met diverse hulpverleners en therapieën. Afstemming tussen deze hulpverleners is dan essentieel. Dit heet ketenzorg. Zie video
  • Online zorg/ e-health. Zie E-health in de praktijk, video. Zie ook aanvullende informatie 2.7 en 2.13.2
  • Neem met de fysiotherapeut door welke hulpverleners een aanvulling kunnen zijn op de behandeling
Welke adviezen kunnen zinvol zijn bij ‘COPD’    
  • Algemeen
    • Een gezonde leefstijl is erg belangrijk: Zie filmpjes op de website 'de thuisrtars.nl' over een gezonde leefstijl: gezond eten / meer bewegen / minder stress / stoppen met roken / goed omgaan met alcoholische drank / omgaan met slaapprobleem / gezonde leefstijl volhouden. Zie onder afbeelding van video
      • SAM 3842
    • Stoppen met roken is een noodzaak. Zie www.stivoro.nl . Slechts een klein gedeelte van de patiënten met COPD lukt het om te stoppen met roken, terwijl dit 'het beste medicijn' is. Zie ook website longfonds: Roken en COPD
    • Let op de voeding. Zie ook website longfonds: voeding en COPD en zie aanvullende informatie 2.13.14
    • Laat je niet opjagen: doe alles in eigen tempo (zorg dat je niet buiten adem raakt!). Stop zo nodig om op adem te komen.
    • Doe aan- en uitkleden op rand bed: kost minder inspanning!
    • Verkoudheid en griep kunnen de klachten van de COPD verergeren. Signalen hiervan zoals vermoeidheid / temperatuursverhoging/ minder eetlust / verandering van kleur van het opgehoeste slijm, moet u serieus nemen.
    • Ga 1 maal per jaar naar de apotheek om uw 'inhalatie techniek' door te nemen. Zie apotheek.nl: vul medicijn in bij 'zoeken'. Zie ook 'inhalatorgebruik.nl'.
    • COPD heeft grote gevolgen voor u en uw omgeving. Bespreek daarom de problemen rond COPD met uw partner, uw huisgenoten, uw vrienden, uw collega’s of een hulpverlener (maatschappelijkwerker / psycholoog).
    • Een voorovergebogen houding is een effectieve manier om het gevoel van kortademigheid te verminderen bij patiënten met COPD (gebeurd automatisch tijdens het wandelen met een rollator).
    • Door losmaakoefeningen en massage de gewrichten en spieren van de nek en middenrug los houden. Door middel van ontspanningsoefeningen kunt u zich ontspannen in situaties van angst en kortademigheid. Zie 'oefeningen divers' en kijk bij 'massage' en 'ontspanning' 
    • Zie het klachtenbeeld 'hyperventilatie' als door spanningen hyperventilatie klachten ontstaan (bij COPD meer kans op hyperventilatie). Zie ook uitleg door longarts over 'hyperventilatie' bij COPD
    • Zie 'hulpmiddelenwijzer' en kijk bij COPD
  • Longaanval
    • Zie video longfonds over een longaanval en het actieplan, zie ook de 'COPD longaanval-app'. Met de longaanval-app leren patiënten steeds beter om te gaan met deze periodes en hoe zij een sneller herstel kunnen afdwingen. Door toenemende kennis en vaardigheden kunnen zij de aanvallen zelf gaan voorkomen. Zie aanvullende informatie 2.6.4 en 2.7
    • Neem zo nodig tijdens of na een longaanval contact op met uw fysiotherapeut om u te helpen met deze situatie om te gaan (trainingsintensiteit aangepassen want in beweging blijven is essentieel) en na de longaanval de training weer op te pakken.
  • Bewegen / sporten
    • Vanwege de toenemende benauwdheid bij inspanning heb je als COPD-patiënt de neiging om steeds minder inspanning te verrichten. Dat is echter een vicieuze cirkel waar je als patiënt zoveel mogelijk uit moet zien te blijven, omdat inspanning noodzakelijk is om het verergeren van de ziekte af te remmen. Belangrijk is om dagelijks te bewegen op basis van realistische doelen. Die doelen moeten gebaseerd zijn op de individuele behoeften en mogelijkheden. Zie video 'bewegen & COPD' van het longfonds 
    • Functionele oefeningen (stofzuigen, tuinieren, traplopen, fietsen….) zijn belangrijk omdat dit in het dagelijkse leven toegepast kan worden en omdat de te oefenen spier en/of gewricht dan deel uit maakt van een natuurlijke beweging. Zie website alles over sporten: Traplopen, bewegen en krachtoefening in één en 'neem de trap, blijf vitaal'.
    • Neem pufje (luchweg verwijders) bij een inspannende activiteit.
    • Fysiek actief zijn is beste manier om luchtwegen schoon te houden. Zie gezondheidsnet: 'fit door dagalijkse dingen'
    • Bespreek samen met de fysiotherapeut welke sport/ activiteit voor u geschikt is: duurtraining (wandelen, fietsen, zwemmen) en/of intervaltraining (bijvoorbeeld inspanningsblokjes van 5 minuten) en/of krachttraining. 
    • Zie website 'alles over bewegen': Sporten en leven met COPD
    • Regelmatige beweging en oefening kunnen helpen zo actief mogelijk te blijven. Op deze manier blijf je ondanks jouw vermoeidheid toch zo fit mogelijk. Maar let er wel op dat je hierdoor niet extreem moe wordt, want dan heeft oefenen juist een schadelijk effect.
      • SAM 3836
    • Als u een sport niet meer kunt uitoefenen, zoek dan naar alternatieven
    • Fitnessprogramma voor thuis of in fitnessclub: loopband waarbij de handen vastgehouden moeten kunnen worden aan de stangen / hometrainer/ duo trainer/ roeiapparaat.
    • Gebruik maken van een (spel)computer, 'virtuele wandelingen en fietstochten (zie Bol.com)
    • 'Wii training' (zie video op website 'gezondheidsplein': 'trainen met Wii'). 
    • Eventueel trainen met een saturatiemeter (zie bol.com). Neem dit door met de fysiotherapeut. Met een saturatie meter kunt u meten of er voldoende zuurstof aan de hemoglobine in de rode bloedcellen in de arteriën en slagaders gebonden is. De saturatie wordt uitgedrukt als een percentage en is bij gezonde personen meer dan 95%. 
    • Hou een dag- of weekoverzicht (zie activiteiten dagboek) bij en hou bij hoeveel u beweegt per week (met  'fitmeter'). Bespreek eventueel het weekoverzicht en de uitkomsten van de fitmeter met de fysiotherapeut. Van belang is om haalbare doelen te stellen!!
  • Neem met de fysiotherapeut door welke adviezen voor u zinvol zijn         

Welke oefeningen kunnen zinvol zijn bij ‘COPD’

.

SAM 3838

SAM 3822

  • De fysiotherapeut geeft aan welke oefeningen voor u zinvol zijn

  1. Websites
    1. Thuisarts: COPD
    2. Kiesbeter.nl: COPD
    3. De fysiotherapeut: COPD
    4. Info nu, mens en gezondheid: Zoekresultaten bij COPD
    5. 'Mijn luchtpunt-app' is bedoeld voor persoonlijke ondersteuning van uw COPD-patiënten en houdt hun status, medicatie en beweegplan bij.
    6. Activiteiten weger app. Bij het werken met de Activiteitenweger, kiest u uw eigen manier van plannen. Naast de huidige manieren van plannen met activiteitenkaarten, dag- of weekschema’s, of het werken met een agenda, kunt u nu ook de Activiteitenweger-app gebruiken.
    7. Sportzorg.nl: COPD en sporten
    8. Gezondheidsplein: COPD
    9. Alles over sport:
      1. COPD
      2. Beweeg- en sportgedrag van mensen met een chronische aandoening of lichamelijke beperking
  2. Onderbouwing  
    1. KNGF richtlijn: COPD. Zie onder enkele aanbevelingen vanuit richtlijn en ademhalingsoefeningen ter verbetering van de inspiratoire spierfunctie
      1. Lichaamshouding (niveau 3). Een voorovergebogen houding is een effectieve manier om het gevoel van kortademigheid te verminderen bij patiënten met COPD en is bovendien van nut tijdens het wandelen met een rollator.

      2. Duurtraining ter verbetering van cardiorespiratoire fitheid (niveau 2 en 4). Op basis van bovenstaand bewijs en overige overwegingen wordt duurtraining aanbevolen voor patiënten met COPD in alle stadia van de aandoening, die inspanningsgerelateerde beperkingen ondervinden in adl en sociale participatie

      3. Intervaltraining (niveau 2 en 3). Op basis van bovenstaand bewijs en overige overwegingen is intervaltraining een alternatief voor duurtraining, vooral voor patiënten die niet in staat zijn om continu te oefenen gedurende een langere tijd. De klinische studies die hierboven werden beschreven, bestudeerden trainingsblokjes van 30 tot 60 seconden op 90 tot 100 procent van de maximale belasting die bereikt werd tijdens een progressieve inspanningstest op een fietsergometer met een verhouding tussen inspanning en rust van 1:2. Er werden ook trainingsblokjes beschreven van 2 tot 3 minuten met een lagere intensiteit (70% van de maximale belasting) met een verhouding tussen inspanning en rust

      4. Weerstandstraining (niveau 2 en 3). Op basis van bovenstaand bewijs en overige overwegingen wordt weerstandstraining ter aanvulling van duur- of intervaltraining aanbevolen bij alle patiënten. De interventie is met name aan te raden bij patiënten met afgenomen spierkracht. Weerstandstraining in combinatie met intervaltraining kan gebruikt worden als trainingsstrategie bij patiënten die ernstig beperkt zijn in het uitvoeren van duurtraining vanwege ventilatoire beperkingen. Vanwege het ontbreken van vergelijkende studies wordt aanbevolen om weerstandstraining van zowel de bovenste als de onderste extremiteiten aan te bieden met een intensiteit van minstens 60 tot 80 procent van het 1RM.

      5. Training van de bovenste extremiteiten (niveau 2 en 3). Training van de bovenste extremiteiten wordt aanbevolen als additionele trainingsstrategie bij patiënten met een afgenomen spierkracht van de bovenste extremiteiten, die beperkingen ondervinden in hun dagelijkse activiteiten waarbij de armen worden gebruikt. Zoals bij andere vormen van weerstandstraining kunnen functionele effecten enkel verwacht worden bij patiënten die belangrijke beperkingen in adl ervaren die gelinkt zijn aan beperkingen van de spierkracht of het spieruithoudingsvermogen. Tot nog toe is echter geen onderzoek verricht naar de optimale trainingsvorm. In de meeste studies wordt een combinatie van weerstands- en duurtraining gebruikt, met nadruk op de krachtcomponent.

      6. Intensiteit van de inspanningstraining (niveau 2 en 3). Er bestaat geen consensus over het bepalen van de optimale trainingsintensiteit. De meeste centra laten patiënten trainen met het hoogst haalbare percentage (circa 60%) van de maximale belasting. Duurtraining met hoge intensiteit kan worden uitgevoerd bij patiënten die deze intensiteit kunnen verdragen. Anderzijds kan een intervaltrainingsprogramma met hoge intensiteit worden aangeboden om maximale verbetering van de aerobe en anaerobe capaciteit te bereiken. De aanbevelingen van het ACSM voor ouderen kunnen als richtlijn gebruikt worden om de trainingsintensiteit te bepalen. Dit includeert dat de minimumduur van een trainingssessie 20 minuten effectieve training bedraagt. De trainingsbelasting moet geleidelijk hoger worden in de loop van het trainingsprogramma. Vermoeidheidsscores (5-6/10) of kortademigheidscores kunnen gebruikt worden om de trainingsintensiteit steeds aan te passen. Zie ook 'Intensiteit van de inspanningstraining'

        • Het bepalen van de optimale trainingsintensiteit is een controversieel onderwerp. Algemeen wordt aangenomen dat een minimale intensiteit vereist is om trainingseffecten te verkrijgen, maar er bestaat geen consensus over de manier waarop de gepaste intensiteit moet worden bepaald, vooral bij patiënten met verminderde inspanningscapaciteit. Gewoonlijk wordt het effect van een trainingsprogramma bepaald door het totale trainingsvolume (programmaduur x trainingstijd x trainingsfrequentie).

          Recent heeft het American College of Sports Medicine (ACSM) aanbevelingen gepubliceerd over de noodzakelijke trainingshoeveelheid en -intensiteit om de gezondheidstoestand, eerder dan de fysieke fitheid, te verbeteren. Het ACSM heeft ook aparte richtlijnen gepubliceerd voor ouderen. In deze richtlijnen voor volwassenen wordt een matig-intensieve training van langere duur aanbevolen, op 50 tot 60 procent van de maximale belasting of een vermoeidheidsscore van 4 tot 5 op een Borgschaal van 0 tot 10.

          Training met een hogere intensiteit resulteert in grotere effecten op functionele inspanningscapaciteit, maar is geassocieerd met een groter cardiovasculair risico,116,118 een lagere therapietrouw en een groter risico op een orthopedisch letsel116.

      7. Frequentie van de inspanningstraining (niveau 4). In afwezigheid van studies die de effecten van programma’s met verschillende trainingsfrequentie vergelijken bij patiënten met COPD, wordt een frequentie van 3 tot 5 keer per week voor duurtraining en 2 tot 3 keer per week voor weerstandstraining geadviseerd. Als de specifieke behandeldoelen bereikt zijn, kunnen de trainingseffecten worden behouden door minstens 1 of 2 keer per week te trainen, op voorwaarde dat de trainingsintensiteit onveranderd blijft.

      8. Duur van het trainingsprogramma (niveau 1, 2 en 3). Hoewel sommige resultaten suggereren dat positieve effecten langer behouden kunnen blijven met langer durende programma’s, hebben programma’s van kortere duur (4-7 weken) eveneens geresulteerd in klinisch relevante vooruitgang.Op dit moment is het dan ook niet mogelijk om aanbevelingen te doen betreffende de ideale duur van een revalidatieprogramma. Zowel de karakteristieken van de patiënt, de individuele behandeldoelstellingen als de kostenafweging moeten worden meegewogen bij het bepalen van de geschikte programmaduur.
      9. Pursed lips breathing (PLB) (niveau 2 en 3). Hoewel de bewijsvoering over PLB beperkt is, moet de toepassing ervan worden overwogen bij patiënten met emfyseem die kortademigheid ervaren, bijvoorbeeld bij specifieke inspanning, zoals traplopen. Zowel de klinische ervaringen als de pathofysiologische mechanismen steunen deze stelling. 

      10. Trage en diepe ademhaling (niveau 3). Traag en diep ademen kan overwogen worden bij patiënten met een snelle, oppervlakkige ademhaling. Excessieve ademarbeid moet hierbij echter vermeden worden

      11. Actieve expiratie (niveau 3). De toepassing van actieve expiratie in combinatie met PLB kan overwogen worden bij patiënten met ernstig COPD (GOLD III-IV), zowel in rust als tijdens inspanning. Kwaliteit van de gevonden artikelen: B (Reybrouck et al., 1987307) en C (Erpicum et al., 1984308).

      12. Diafragmaal ademen (niveau 3). Diafragmaal ademen lijkt geen plaats te hebben in de behandeling van patiënten met matig tot ernstig COPD.

      13. Inspiratoire spiertraining (IST). In afwezigheid van definitief bewijs wordt aanbevolen om IST toe te voegen aan een respiratoir revalidatieprogramma bij een selectie van patiënten (GOLD II-IV) met uitgesproken inspiratoire spierzwakte, vermoeidheid én klachten van kortademigheid in het dagelijks leven.Bovendien wordt IST aanbevolen als op zichzelf staande behandeling bij gelijksoortige patiënten die vanwege hun comorbiditeit niet kunnen deelnemen aan een revalidatieprogramma. De minimale intensiteit van de training is 30 procent van de maximale inspiratoire monddruk.

        1. Zie ook website 'gezondheid': Wat is inspiratoire spiertraining

        2. Train je longen.nl: powerbreath
      14. Expiratoire spiertraining lijkt niets toe te voegen aan de effecten van inspiratoire spiertraining en wordt daarom niet aanbevolen.

    2. Medisch contact: Promotie onderzoek. ‘Stoppen met roken’-protocol werkt, een beetje (2013)
    3. Fysio forum
      1. Zoekresultaten bij COPD
    4. Gezondheidskrant: COPD patienten helpen zichzelf (2011)
    5. Tijdschrift voor praktijkondersteuning: Controle bij COPD bij de dokter op de hoek is even goed? (2011)
    6. Minerva,  Tijdschrift voor Evidence Based Medicine.  
        • Op basis van klinische en spirometrische gegevens van COPD-patiënten bevestigt deze Noorse studie dat de nieuwe GOLD-classificatie op klinische basis (ABCD-groepen) geen bewezen nut heeft voor het voorspellen van de mortaliteit.
      1. Effect van fysieke training op depressieve symptomen bij chronisch zieke patiënten (2013). Hoe groot is het effect van fysieke training in vergelijking met geen training op depressieve symptomen bij chronisch zieke patiënten en welke elementen beïnvloeden de effectgrootte?
        • Dit is een meta-analyse van goede methodologische kwaliteit, maar gebaseerd op zeer veel kleine studies waarvan de kwaliteit niet goed is omschreven. Ze toont aan dat bij chronische zieke patiënten met lichte tot matige depressieve stoornis fysieke training een geringe verbetering teweegbrengt (waarvan het klinische belang niet is vastgelegd).
        • De resultaten van deze netwerkmeta-analyse bevestigen dat de verschillende inhalatietherapieën en de associaties ervan onderling niet verschillen op het vlak van preventie van exacerbaties, behalve eventueel bij een ESW &#8804; 40%.
        • De resultaten van deze Cochrane meta-analyse zijn veelbelovend, maar onvoldoende betrouwbaar om het effect te evalueren van longrevalidatie bij COPD op het vlak van preventie van excerbaties, hospitalisatie of mortaliteit. De patiëntenaantallen in de studies zijn immers te klein. Gezien de hoge prevalentie van deze aandoening is het wenselijk om voor deze klinische vraag grote studies op te zetten van goede methodologische kwaliteit.
        • Alleen bij COPD-patiënten met ernstige respiratoire insufficiëntie heeft zuurstoftherapie van minstens 15 uur per dag zijn nut bewezen. Longrevalidatie verbetert de respiratoire gezondheidsstatus en vermindert dyspnoe zonder verlenging van de loopafstand en zonder winst op gebied van COPD-complicaties.
    7. Hoe effectief is inspiratoire spiertraining bij patiënten met COPD? (Freek Lötters)
    8. COPD-patiënten rapporteren vaak ook andere ziekten Wie COPD heeft, ervaart ook vaker psychische klachten (14/05/2016)

    9. Google scholar: COPD
    10. Huisarts en wetenschap
      1. COPD
      2. Persoonsgerichte zorg met e-health (2018). Om het stijgend aantal chronisch zieken nu en in de toekomst adequaat te behandelen, biedt e-health mogelijkheden om de patiënt een actievere rol te geven. Het vergt tijd en inspanning van huisartsen en praktijkondersteuners om e-health een volwaardige rol binnen de zorg te geven. Uiteindelijk is het doel van e-health om de gezondheidsstatus van patiënten te verbeteren en de zorg efficiënter te maken.
      3. COPD richtlijn
      4. Stroomdiagram
      5. Antibiotica voorkomen exacerbaties bij COPD (2014). Conclusie: het profylactisch gebruik van macroliden helpt exacerbaties voorkomen bij ernstig COPD, maar vermindert het de sterfte en ziekenhuisopnames niet. In het kader van ‘zorg op maat’ kan het een serieuze optie zijn bij mensen met ernstig COPD met frequente exacerbaties
      6. COPD-zorg: wat zou u het liefst willen? (2016). Op dit moment zijn er twee veelgebruikte instrumenten in de gestandaardiseerde COPD-zorg in de huisartsenpraktijk: de Clinical COPD Questionnaire (CCQ) en – in mindere mate – de 10 item Respiratory Illness Questionnaire monitoring (RIQ-MON 10). Daarnaast wordt soms de Saint George’s Respiratory Questionnaire (SGRQ) gebruikt. Bischoff et al. bepleiten de voordelen van de NCSI: dit instrument omvat meer aspecten van de integrale gezondheid en omvat het bespreken van de resultaten. Het is de vraag of deze voordelen opwegen tegen de nadelen van het invoeren van weer een nieuw instrument in de gestandaardiseerde zorg voor CO
      7. ‘Je kunt van zelfmanagement bij COPD een krachtig wapen maken’ (2013).
      8. Geen effect van geïntegreerd diseasemanagement bij COPD (2015).
      9. ‘Het nut van een geïntegreerd COPD-zorgprogramma is dubieus’ (2015). 
        • Conclusie: De resultaten bleken echter bepaald niet wat ervan werd verwacht! Kruis: ‘We zagen na één en na twee jaar eigenlijk geen enkele verbetering. Niet op de kwaliteit van leven, niet in het aantal exacerbaties, niet in de mate van kortademigheid en ook niet in de kosten. Er was alleen een verbetering in hoe de patiënten de organisatie van de zorg ervoeren, dus kennelijk was er sprake van een beter gestructureerde zorg. En verder zeiden meer mensen uit de interventiegroep na één jaar dat ze meer waren gaan bewegen; maar na twee jaar was ook dat verschil niet meer zichtbaar
        • Je moet metéén prednison geven bij een beginnende exacerbatie. De eerste 72 uur heeft dat namelijk het meeste effect
        • Sommige huisartsen geven op voorhand al een kuurtje mee, zodat patiënten die vaker exacerberen alvast zelf met de prednison kunnen beginnen. Daar is veel voor te zeggen, mits je dat alleen doet bij patiënten die een beginnende exacerbatie goed herkennen.
      10. Voorspellen van kwaliteit van leven van COPD-patiënten (2015).
        • De meeste COPD-patiënten worden door de huisarts behandeld.
        • Kwaliteit van leven is een belangrijke uitkomstmaat.
        • Voorgaande kwaliteit van leven is de sterkste voorspeller van toekomstige kwaliteit van leven.
        • Informeren naar kortademigheid, emoties en het omgaan met COPD geeft belangrijke informatie over de toekomstige kwaliteit van leven.
        • De sit-to-stand-test is een goed alternatief voor de 6-minuten-looptest.
        • Bij exacerbaties als uitkomstmaat kan zelfrapportage leiden tot misclassificatie.
      11. Is geïntegreerde COPD-zorg kosteneffectief? (2016). Conclusie: De drie hierboven geopperde verklaringen onderstrepen hoe belangrijk het is dat een integraal zorgprogramma een optimale combinatie is van patiёntgerichte, hulpverlenergerichte en organisatiegerichte interventies, met een goed geselecteerde doelgroep en een effectieve implementatiestrategie. Wellicht worden dan de positieve effecten geëvenaard die zijn waargenomen in literatuuronderzoek en in het pilotonderzoek waarop de RECODE-interventie gebaseerd was
      12. De saturatiemeter in de huisartsenpraktijk (2005)
      13. Verlaagde zuurstofsaturatie als klinische indicator (2011)
      14. Meer aandacht nodig voor overgewicht bij patiënten met milde COPD (2018)
      15. Aanleren puffertechniek scheelt, even (2017). Het aanleren van de juiste techniek bij inhalatoren voor astma en COPD is, in ieder geval op de korte termijn, effectief. De uitkomsten worden echter voor een groot deel bepaald door de handigheid en techniek van de patiënt voordat die aan de puffer begint, en de aangeleerde techniek lijkt snel weg te zakken. Dit blijkt uit een systematische review van 39 gerandomiseerde trials, uitgevoerd door Sven Klijn van het CAPHRI in Maastricht en collega’s (NPJ Prim Care Respir Med. 2017; online 13 april).
      16. Kan de diagnose COPD op één spirometrietest berusten? (2017)
      17. Huisarts & wetenschap: zoekresultaten bij COPD
      18. Nederlands tijdschrift voor geneeskunde: zoekresultaten bij COPD
    11. Richtlijnen database: COPD
    12. Fysiotherapie en wetenschap: Advies gewoon meer bewegen lastig met COPD (2013)
    13. Focuscura: COPD In Beeld - innovatieve eHealth service voor COPD
    14. Fysiotherapie bij COPD, Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2013, nummer 6:172-176
    15. NHG-Standaard COPD (derde herziening), NHG-Werkgroep Astma bij volwassenen en COPD
    16. Website van het Longfonds, video's: 'motivational interviewing'. Is hier beschreven voor COPD, maar kan toegepast worden voor alle klachtenbeelden waar gedragsverandering van belang is voor herstel. Motivational Interviewing (of motiverende gesprekstechnieken) is een gespreksmethode om tot gedragsverandering te komen. Vaak willen mensen met een (chronische) klacht wel iets veranderen, bijvoorbeeld hun voeding of beweegpatroon, maar lukt het niet. Met 'motivational interviewing' verandert de cliënt zijn gedrag zelf, vanuit de eigen motivatie, en niet vanuit een oplossing die door de zorgverlener wordt opgelegd. U geeft de cliënt meer verantwoordelijkheid over de eigen keuzes (= zelfmanagement).
    17. Proefschrift: EHealth ter stimulatie van fysieke activiteit bij patiënten met chronisch obstructief longlijden (2017). Belangrijkste conclusies

      • COPD heeft een belangrijk negatief effect op de duur en hoeveelheid van fysieke activiteit, maar minder op de intensiteit van fysieke activiteit.

      • Vermoeidheid, (afwezigheid van) motivatie en weersomstandigheden hebben een grote invloed op het beweegpatroon van patiënten met COPD.

      • Het lijkt erop dat het niet de mate van fysieke restricties, maar eerder het vermogen om zich aan te passen aan deze restricties, voorspellers zijn voor het gebruik van ICT onder ouderen.

      • De ontwikkelde eHealth interventie, die als doel heeft om de FA te verhogen of te behouden bij patiënten met COPD na long revalidatie, heeft geen effect op de fysieke activiteit

      •  Deze resultaten laten zien dat eHealth interventies niet altijd effectief zijn in een populatie van patiënten met COPD en dat verwachtingen bijgesteld moeten worden.

    18. ICT&health: COPD
    19. Vragenlijsten
      1. Clinical COPD questionaire
    20. Luchtpunt.nl: Zorgverleners
    21. Inhalatorgebruik
    22. Value based healthcare: COPD in beeld (2018)
    23. Patiënten met astma en COPD minder therapietrouw  (2018)
    24. CME online, fysiotherapeut: Fysiotherapie bij COPD, dé patiënt met COPD bestaat niet! Dr. Emmylou Beekman docent-onderzoeker Zuyd Hogeschool en praktiserend fysiotherapeut (lectoraat Autonomie & Participatie van chronisch zieken; opleiding Fysiotherapie; ParaMedisch Centrum Zuid)
    25. Ademhalingstechnieken
      1. Autogene drainage. Zie website 'ALS centrum': Autogene drainage
        1. Rustig ademen, enkele keren diep inademen, zo mogelijk 2-3 seconden vasthouden, en rustig en ontspannen uitademen
        2. Een aantal keren zo ver mogelijk uitademen. Vervolgens kort en ondiep inademen, gevolgd door weer zo ver mogelijk uitademen etc.
      2. Airstacken voor mensen met onvoldoende hoestkracht. Zie website ALS centrum: Airstracken
        • Als ACBT niet meer werkt om voldoende slijm op te hoesten, dan kunt u overgaan op airstacken: lucht stapelen met behulp van een handbeademingsballon. Dit is een veelgebruikte techniek die patiënten zelf thuis, eventueel met hulp, kunnen uitvoeren.  De fysiotherapeute of de verpleegkundige kan deze hoesttechniek aanleren.
      3. Actieve expiratie (in combinatie met PLB): eventueel bij patiënten met ernstig COPD (GOLD III-IV), zowel in rust als tijdens inspanning (zie aanvullende informatie: 2.2.11 en 2.2.14)
      4. Purced Lipp Breathing: eventueel bij patiënten met emfyseem die kortademigheid ervaren, bijvoorbeeld bij specifieke inspanning, zoals traplopen. (zie aanvullende informatie: 2.2.9)
      5. Trage en diepe ademhaling: eventueel bij patiënten met een snelle, oppervlakkige ademhaling  (zie aanvullende informatie: 2.2.10)
      6. Diafragmaal ademen (buikademhaling): is niet zinvol (zie aanvullende informatie: 2.2.12)
      7. Radboud UMC: Ademhalingsoefeningen
    26. Anatomie: 
      1. JufDanielle: Longen
    27. Video: Waarom wordt de ene roker ziek en de andere niet? (2014)